Sijpekerk
Kerkgebouw
De Hervormde gemeente van Nieuw Loosdrecht heeft diverse gebouwen tot haar beschikking. De betreffende gebouwen zijn de Sijpekerk, de Oude Pastorie en het Wijkgebouw. Deze zijn allen afzonderlijk te huur.
De Sijpekerk
Op 10 april 1400 verleende de bisschop van Utrecht toestemming om in Nieuw-Loosdrecht (Ter Sype) een eigen kerk te stichten in plaats van de bestaande kapel. Tot die tijd behoorde Nieuw-Loosdrecht kerkelijk tot Oud-Loosdrecht, waar sinds ca. 1330 een kerk was voor heel Loosdrecht.
De kerk was gewijd aan de apostel Paulus, aan St. Anthonius en aan de heilige Cornelius, maar in de volksmond werd hij gewoon Sijpekerk genoemd. Rond 1450 was de kerk voltooid, inclusief de toren. Het resultaat was een laat-gotische pseudobasiliek. Slanke zuilen met lijstkapitelen verdelen de ruimte in drie beuken, die met een houten tongewelf en halve tongewelven zijn overdekt. Verder een hoog driezijdig gesloten koor waarvan men aanneemt dat dit koor de oorspronkelijke kapel is geweest.
In 1578 ging Loosdrecht over naar de Reformatie, direkt nadat het bericht was binnengekomen dat Amsterdam tot de nieuwe religie was overgegaan.
De pastoor van Oud-Loosdrecht werd dominee en kreeg de zorg over de twee dorpen. Het grootste deel van de bevolking ging over naar de nieuwe leer.
Een wijwaterbakje rechts naast de deur aan de noorzijde en een nis in de linker muur van het koor (waarin de pastoor zijn doopkan kon zetten), getuigen nog van de Roomse tijd.
In 1672 had de kerk te lijden van de plundering door franse troepen. Franse soldaten bivakkeerden ruim een jaar in de kerk en stookten de preekstoel en de banken op en verbrijzelden de grote torenklok.

Bezienswaardig zijn o.a.:
- het Doopvont
In 1578 zijn het doopvont en de heiligenbeelden uit de kerk verwijderd. Deze zijn in de pastorietuin begraven (de pastorie stond toen achter de kerk, de huidige "oude pastorie"). Pas in 1840 zijn ze opgegraven..
Het doopvont heeft daarna zo'n 100 jaar als bloembak dienst gedaan, o.a. op ´Eikenrode`. De heiligenbeelden zijn verkocht. Het is niet bekend waar ze gebleven zijn. Pas tijdens de restauratie van 1962 is het doopvont weer in de kerk geplaatst. Het is dus meer dan 500 jaar oud en is - in tegenstelling tot wat in die tijd gebruikelijk was - rijk versierd.
Er zijn acht voorstellingen op aangebracht: (v.l.n.r.): een mensfiguur (Mattheus), de arend (Johannes), de leeuw (Marcus), de os (Lucas), een pelikaan (Christus), een vierbladige vulling (een klimopblad of de roos van Tudor), een wijnrank met druiventros en een hert.
- de Heerlijkheidsbank
De 'Heerlijkheidsbank' of 'bank van de ambachtsheer' werd gemaakt in 1727 in opdracht van Gillis Graafland (geb. 17-1-1689, overl. 24-10-1727). Deze was Heer van Mijnden en de beide Loosdrechten. Boven de luifel is links het familiewapen Graafland aangebracht (drie molshopen; uit één kruipt een mol) en rechts dat van zijn vrouw Anna de Haze (geb. 4-11-1690, overl. 17-8-1761).
- de Rouwborden
De bijna 4 meter hoge houten rouwborden (één op de zuidwand, de ander op de noordwand) zijn gemaakt in opdracht van ambachtsvrouwe Anna de Haze en opgehangen voor haar oom en tante: Mr. Jeronimus de Haze Georgio, heer van Mijnden en de beide Loosdrechten (noordwand; Inscriptie in vergulde letters aan onderzijde: OBIIT. XIX JULI 1725), en zijn echtgenote Magdalena Clara de Haze (zuidwand; Inscriptie in vergulde letters aan onderzijde: OBIIT. XXII FEB. 1725).
Op twee houten zuilen, geschilderd als zwart marmer, rust het fronton. Op het rechthoekig veld zijn, in de hoeken, vier wapens aangebracht (geschilderd in blauw, verguld en zilverkleur); in het midden gekroond wapen van de familie De Haze. Dit wapen is verdeeld in vier kwartieren; twee zijn blauw, waarop verzilverde achtpuntige ster (deze kwartieren diagonaal t.o. elkaar); twee kwartieren verguld met elk drie zwarte balken en vier stippen en franse lelie (eveneens diagonaal).
De kwartierenwapens zijn: De Haze, Hengst van Juchteren, Blaeuw, Oetgens (noordwand) en: de
Haze, Hengst van Juchteren, Storm, Benningh (zuidwand).
- de Kansel
De eikenhouten kansel is uit de 17e eeuw. Hij staat op een zeszijdig voetstuk en heeft een geprofileerd bovenstuk en zes voluutvormige consoles. Een vijfzijdige kuip met toogvormige panelen in rechthoek, op de hoeken pilasters versierd met cannelueres. Aan de voorzijde van de preekstoel is de koperen lezenaar bevestigd met opengewerkt ornament met daarin het wapen van Loosdrecht; aan de trap een koperen dubbel voluutvormig ornament met plateau voor het doopbekken en de doopkan. Deze kansel werd voor één gulden gekocht van de oude gereformeerde kerk van Bergambacht. Aannemer Huurman uit Delft heeft hem tijdens de restauratie van 1962 omgebouwd en er een nieuwe trap aan gemaakt.
- en verder nog:
Twee naamlijsten van predikanten (tegen toren- en orgelmuur), twee doopboogjes uit 1655, drie zestienlichts kaarsenkronen uit de 17e eeuw, zes antieke petroleumlampen, en de "belleman". Deze was verbonden met het torenuurwerk en gaf op een bepaald moment door een harde tik aan dat het voor de predikant tijd werd om met de preek te stoppen.
Na een grote opknapbeurt in 1902 werd de kerk in 1962/1963 echt grondig gerestaureerd. De vloer was in 1994 echter zodanig verzakt, dat besloten werd de vloer te onderheien. De hervormde gemeente draaide grotendeels zelf voor de kosten op.
Buiten, tussen de steunberen aan de zuidkant van de kerk staat de wit marmeren graftombe van ds. J. Heirmans, die in 1684 overleed en buiten de kerk begraven wilde worden. Het wapen dat hierop afgebeeld staat is terug te vinden in het kerkzegel van de Sijpekerk.
Geraadpleegde literatuur:
H. Brunekreef, De Sypekerk (deel 2 Historische Reeks Loosdrecht van de HKL)
F. Brand, De Sypekerk te Nieuw-Loosdrecht, in tijdschrift "Tussen Vecht en Eem" 6e jaargang, nr. 2, mei 1988H.
Brunekreef, De Hervormde Kerk in Oud-Loosdrecht in tijdschrift
Historische Kring Loosdrecht, nr. 34 en 35, febr./apr. 1981
Lees hier extra info over de sijpekerk toren>>
<


